Het jaar zit er weer bijna op en de reisbalans wordt opgemaakt. Waar ben je in 2017 geweest en welke bestemmingen staan er voor 2018 op het programma? Vergeet niet de Spaanse stad Valencia toe te voegen aan dit lijstje.

Valencia is een stad vol tegenstellingen. Het authentieke centrum staat in contrast met de Stad van Kunst en Wetenschap, een complex met zes moderne gebouwen ontworpen door Valenciaan Santiago Calatrava. Hippe cafés en restaurants verschijnen, terwijl de oudere generatie zich nog goed vermaakt in Spaanse kleine cafés. Drukte is er in de stad, maar uitrusten doet men in het 9-kilometer lange stadspark, Turia. Om je reis Valencia nét dat beetje extra te geven, kun je onderstaande tips gebruiken.

  1. Bezoek Valencia tijdens Las Fallas

Valencia is het gehele jaar door een prima bestemming. Het seizoen loopt ongeveer van maart tot en met oktober en in deze periode heb je dan ook de kans op het mooiste weer. Goede maanden voor een citytrip zijn mei, juni, september en oktober. Wil je Valencia op z’n best meemaken? Boek dan een reis in maart. Van 15 tot en met 19 maart wordt stadsfeest Las Fallas georganiseerd, met vuurwerk, paellawedstrijden, immens grote kunstwerken op straat, locals in klederdracht… Met ruim 1 miljoen bezoekers is het een van de grootste straatfeesten ter wereld. Dit jaar is Las Fallas aan de UNESCO Werelderfgoedlijst toegevoegd, dat belooft wat in 2018 te worden!

  1. Ontdek de stad op de fiets

Weinig hoogteverschillen, een kilometerslang park en een zonnetje… dat doet het fietshart van menig kloppen. Valencia is de perfecte bestemming om op de fiets te ontdekken. Valencia is plat en dus met weinig inspanning kun je veel zien in een korte tijd. Zo kun je door het Turia park cruisen en gemakkelijk het strand bereiken, dat in tegenstelling tot andere Spaanse steden niet aan het centrum vastzit. Met kilometerslange fietspaden die in 2016 zijn aangelegd, maakt van fietsen in Valencia een uitstekend plan.

  1. Proef van een échte paella

Valencia is de bakermat van de paella. Het Spaanse rijstgerecht komt van origine uit de regio en kent oorspronkelijk drie varianten: Paella de Marisco (met zeevruchten), Paella Mixta (met vis en vlees) en Paella Valenciana (met kip, konijn en slakken). De locals eten ‘m als lunch, zodat er genoeg tijd is om bij te komen tijdens de siësta. Waar je een goede paella aan herkent? Het krokante laagje onderin de pan waar de Valencianen met liefde gaan schrapen. Dit laagje heet ‘socarrat’ en bevat de meeste smaak, de essentie van het gerecht. Daarnaast wordt een paella in een grote pan op tafel gezet waar iedereen uit kan smullen. Net buiten Valencia wordt deze paellarijst verbouwd, in het natuurgebied Albufera. De rijstvelden kun je in het najaar het beste bewonderen. In het gebied ligt het dorpje El Palmar waar je én een boottocht over het gelijknamige Albuferameer kunt maken én waar je van een échte paella Valenciana kunt proeven.

  1. Borrelen tussen de locals

Borrelen… ja, dat kunnen de Valencianen wel! Wil je je graag tussen hen bevinden, maar heb je geen idee waar je heen moet? Elke wijk heeft zo wel z’n straatjes en pleintjes waar je terecht kunt. Zo vind je op de kruising van de straten Calle Sueca en Calle Puerto Rico in de wijk Ruzafa een aantal terrasjes waar het gezellig druk is (dagelijks in de zomermaanden, weekenddagen in de wintermaanden). In de wat luxueuze wijk Canovas kun je voor de gin tonic gaan in de overdekte markthal Mercado Colon, maar je kunt ook een barretje zoeken in de straat Calle Conde Altea. In het centrum zijn er een aantal plekken, zoals het plein Plaza Negrito of de terrasjes achter het MuVIM museum (Museum van Moderne Illustratie) in Calle Hospital.